antwerpen-centrum immo

Alle wegen leiden naar Antwerpen

Geschreven door Désiré Steevens op 4 december 2014

Immo Antwerpen-centrum

Antwerpen situeren in ‘the middle of nowhere’ is zo goed als onmogelijk: te land, ter zee, per spoor en zelfs in in de lucht. Bovenstaande titel moet zowat het tegengestelde uitdrukken, al zijn er bepaald weinig parallellen tussen A. en R., de hoofdstad van Italië. De vraag is alleen of alle (rij)wegen straks even vlot door Antwerpen zullen leiden eens het nieuw tracé over de Schelde gerealiseerd zal zijn. Klinkt dat wat cynisch? Laat ons vooral positief blijven.

antwerpen-centrum immoEr is altijd wel iets dat gebeurt in de Metropool. Is het geen flashmob in het grandioze decor van het Centraal Station, dan hangt een nieuw systeem van vuilnisophaling in de lucht (te ruiken), haalt de ongeziene shoppingdrukte op de Meir de media, of gaat het over Chinese kweekpanda’s die niet naar de Zoo kwamen, maar een onderkomen bezuiden de taalgrens kregen. Hét grote item viel in februari toen de Oosterweelverbinding in extremis plots toch groen licht kreeg van de Vlaamse Regering. We proberen elke vorm van politieke geladenheid zoveel mogelijk te vermijden, want zijn nu eenmaal beland aan de vooravond van een heel belangrijke dag, de zogenaamde “moeder aller verkiezingen”, en er is al electoraal opbod genoeg (geweest).

 

Dit artikel wil het wonen in de stad behandelen, maar de mobiliteit heeft nu eenmaal belangrijke implicaties hierop. Antwerpen is met ruim 204 km2 qua oppervlakte de derde grootste gemeentelijke entiteit van het land en inzake inwonersaantal de numero uno met meer dan 511.000 stervelingen. Eén Belgische inwoner op twintig woont m.a.w. in Antwerpen. De bevolkingsdichtheid is dus wel erg groot en, gezien ook de serieuze diversiteit, is conflictstof eigenlijk ergens inherent aan dergelijke mega-samenleving.

 

Die samenleving bestaat wel uit administratieve cellen. Antwerpen werd met ingang van 1983, een gemeentelijke legislatuur later dan de meeste steden en gemeenten, geconfronteerd met de concrete gevolgen van de fusiewet. Toen werden de randgemeenten Ekeren, Merksem, Deurne, Borgerhout, Berchem, Hoboken en Wilrijk bij het grondgebied van Antwerpen gevoegd. In tegenstelling tot de andere fusies bleven ze elk hun identiteit voor een stuk behouden, want voortaan werden de voormalige randgemeenten elk als een district met eigen bestuursorganen en een relatieve vorm van beslissingsrecht beschouwd.

 

Verdere bevolkingsaangroei

In deze bijdrage zullen we het echter niet over al deze districten hebben, noch over de Antwerpse wijken Nieuw Zuid en het Eilandje, die allebei het voorwerp zijn van een enorme stedebouwkundige transformatie en daarmee eerder dit jaar aan bod kwamen in deze Logic-Immo. We concentreren ons op de kern, het centrale gedeelte, dat op zich al een geweldig aanbod uitstraalt.

Hoe pas je zo’n eeuwenoude stedelijke context aan de huidige tijd aan? De grote leidraad is het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen, of populair Antwerpen Ontwerpen, dat van 2006 dateert. Wij zijn nu acht jaar later. Een actualisering is op til. Daartoe keurde het college van burgemeester en schepenen in mei 2013 een intentieverklaring goed.

Aan studies en deelstudies ontbreekt het Antwerpen zeker niet. Natte vinger politiek is ook totaal uit den boze, want de grote uitdaging is de in het vooruitzicht gestelde verdere stijging van het bevolkingsaantal.

Volgens de stedelijke studiedienst zou tegen 2030 al de piek van de 600.000 inwoners kunnen bereikt worden. De rek zal vooral in de twee uiteinden van de bevolkingspiramide zitten, aldus de prognose: de 80-plussers en de nieuwgeborenen (0 tot 9 jaar). Bovendien zou de gemiddelde gezinsgrootte toenemen. Dat zijn tendensen die nog geen klein beetje afwijken van het algemeen Vlaams patroon terzake.

Hoogbouwnota

Dergelijke evolutie brengt uiteraard een serieuze problematiek mee, want de oppervlakte groeit vanzelfsprekend niet mee en de bestaande bebouwde infrastructuren zijn duidelijk ook niet immuun voor veroudering. Terwijl net kwaliteit en comfort steeds nadrukkelijker de algemeen gevraagde criteria worden. Zeker wat het wonen betreft. Dat geldt evenzeer voor de ruimtelijke ordening. Mag het aanwezige groen in de stad, symbool van een gezonde omgeving, geofferd worden op het altaar van de verdichting en vernieuwing? Het is een complex gegeven waar heel wat facetten komen bij kijken, en dan kom je al vlug uit bij hoogbouw.

De Hoogbouwnota (2010) van Antwerpse makelij is een vergelijkende studie van steden uit Nederland, Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland die allang hoogbouw hanteren. Elke vogel zingt natuurlijk zoals hij gebekt is, maar de belangrijkste deductie is de noodzaak van een checklist bij hoogbouw. Deze checklist moet vooral kunnen garanderen dat de hoogbouw verenigbaar blijft met ruimte en milieu. Kwalitatieve criteria worden m.a.w. als veel belangrijker geacht dan kwantitatieve.

Groene sproeten

Het Groenplan Antwerpen (november 2013) is een belangrijke visienota op het conto van de Bedrijfseenheid Stadsontwikkeling en waarin vurig gepleit wordt voor een groene stadsregio. Volgens het Groenplan heerst bij de bewoners zelfs een algemene tevredenheid ten opzichte van de binnenstad, omdat vergroenende elementen zoals de Leien en de Ringbedding, plus het ‘blauwe’ element Schelde, herkenbaar gebleven zijn doorheen alle evoluties.

Een opmerkelijke passage: “De Antwerpenaars zoeken in hun onmiddellijke omgeving groene plekken waar ze rust maar ook ook contact met andere stadsbewoners kunnen vinden. Deze groengebieden zijn een combinatie van zachte recreatieve elementen (speelaanleidingen, zithoeken, hondenloopzone,…) met een aangename groene context. Deze ambitie streeft naar een evenwichtig fijnmazig netwerk van groene ruimten verspreid over het stadsweefsel. Dit zijn plaatsen waar buurtbewoners mekaar treffen en men buitenshuis kan vertoeven. Het zijn de groene sproeten die het grijze stenige stadsweefsel verlevendigen en waarbinnen de stad tot leven komt.”

Betere mobiliteit via Masterplan 2020   

De finaliteit van het Masterplan Mobiliteit Antwerpen 2020 (dat dateert van maart 2010) bestaat dan weer uit vlotter verkeer, veiliger wegen en een verhoogde leefkwaliteit. Tegen het sleuteljaar 2020 zou theoretisch de helft van alle verplaatsingen – het gaat nu over het hele arrondissement – moeten gebeuren via het openbaar vervoer, op de fiets of te voet. Daartoe wordt ingezet op verdere uitbouw van het openbaar vervoer, de aanleg van nieuwe fietsnetwerken en ook het transport over het water komt om het hoekje kijken in Antwerpen. 

Het Masterplan 2020 is het meest concreet wat trams en bussen betreft: het suggereert tramlijnen naar Wilrijk, Beveren en Ranst, lightrail tot Oostmalle en rekent – vooral belangrijk in de binnenstad zelf natuurlijk – op de aanleg van aparte tram- en busbanen en het corridor-concept.

Face-lifts

In de praktijk startten in maart 2013 reeds de werken voor de aanleg van een 7 km lang nieuw premetro- en tramspoor tussen het Centraal Station van Antwerpen en de Park & Ride in Wommelgem. De oplevering wordt voorzien in 2015. In de loop van deze lente start ook de aanleg van een nieuwe tramlijn van de Bolivarplaats via de Brusselstraat naar de Brederodestraat; de timing van deze werken gewaagt eveneens van afwerking in 2015.

Vanaf eind dit jaar krijgen de Noorderleien, van de Maria Theresiastraat tot de Noorderlaan, een face-lift naar het voorbeeld van de andere leien; tegelijk wordt het Operaplein ten gronde aangepakt. En in 2016 wordt de IJzerlaanbrug afgebroken en wordt het Albertkanaal verbreed voor de binnenscheepvaart, waar fietsgangers en voetgangers via een brug zullen kunnen oversteken.  

Hefboomacties

Maar veruit de belangrijkste stadsingreep wordt vanzelfsprekend de in het vooruitzicht gestelde derde Scheldekruising via de veelbesproken Oosterweelverbinding. Deze keuze kadert in het Masterplan 2020 en is ook gestoeld op de in februari 2014 geuite positieve adviezen van het Plan Milieueffectenrapport. Uiteraard zal enig geduld aan de dag moeten gelegd worden, maar de effectieve realisatie biedt bepaalde riante perspectieven. Zoals de afbraak van het viaduct van Merksem en de aanleg van een nieuw stadsplein ter hoogte van het Sportpaleis. Dat er ook nadelen zullen aan verbonden zijn, spreekt voor zich. Zij die vlakbij het nieuw tracé wonen, zullen er kunnen van meespreken.

Even terug keren op het Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen. Dat voorzag vijftien hefboomacties, waarvan één in de omgeving van het Sportpaleis. Indien we ons beperken tot Antwerpen-centrum, dan zijn benevens het Eilandje en Nieuw Zuid (en aanverwanten zoals de sanering van Petroleum Zuid en een ontwikkeling van een park aan de spaghettiknoop) ook nog hefboomacties uitgestippeld als de heraanleg van de Scheldekaaien (i.s.m. het Vlaams Gewest), aandacht voor het publiek domein in de Diamantwijk, en ook nog de renovatie van de omgeving van het station Luchtbal. De aanleg van park en voorzieningen Spoor Noord is gerealiseerd, en vriend en vijand zijn het er globaal over eens dat dit een echte voltreffer is.

Gloednieuw Zurenborg

Wat specifieke nieuwe woongebieden betreft, ligt de klemtoon niet zozeer op de binnenstad en situeren de diverse opties zich eerder concentrisch. Naast Kop Spoor Noord zijn dat het project Stuivenberg–ziekenhuis, het Militair Hospitaal en Nieuw Zurenborg.

Laatstgenoemd stadsvernieuwingsproject is zelfs districtsoverschrijdend, in die zin dat een groot gedeelte ervan in Berchem valt. De fase van uitvoering blijft al enkele jaren achterwege omdat het vorig ontwerp uiteindelijk afgeketst werd door een mank geluidsklimaat. Het gegeven blijft bijzonder interessant. Tussen de Singel, de spoorweg en de Pretoriastraat komt een gloednieuw woonconcept van 11 ha oppervlakte tot stand. Dit areaal wordt in de eerste plaats vrijgemaakt door aankoop van de terreinen van de gasmaatschappij die daar gevestigd was, en de verhuis van de busstelplaats van De Lijn.

Vermits Nieuw Zurenborg alle bevolkingscategorieën wil aanspreken, worden zeer uiteenlopende woonvormen voorzien. Naast koopwoningen zullen ook sociale woningen in het stuk voorkomen. Grote blikvanger wordt de immense groene long van liefst 5 ha die een verregaande aantrekkingskracht wil gaan uitoefenen. Het wijkpark wordt bezaaid met publieke ruimtes zoals speelpleinen, en verder is er in de directe buurt ook plaats voor buurtwinkels en horeca voorzien.

Derde fase ‘t Groen Kwartier

Het voormalige Militair Hospitaal met bijhorend terrein, dat in 2006 stadsbezit werd, is inmiddels al ver gevorderd in zijn ontwikkeling tot woonzone met sterke groene accenten. Bij zoverre dat de naam nu ’t Groen Kwartier geworden is, en dat komt niet in het minst door de 2 ha parkzone.

In totaal gaat het, naast de conservatie van het voormalig militair ziekenhuis, om zo’n 400 nieuwe wooneenheden van verschillende aard: appartementen, lofts, stadswoningen met tuin, plus een serie sociale huur- en koopwoningen; en verder horeca, winkels, kantoren en praktijkruimtes voor vrije beroepen. Fases drie en vier, die dit jaar aangevangen worden, omvatten de parkzone en de appartementen en woningen in Arsenaal Zuid. De uitvoering is in handen van privé partners.

Bouwblokproject Barreiro

Uiteraard zijn er in de Antwerpse binnenstad wel meer projectontwikkelaars actief met eigen initiatieven inzake woningbouw. De meerderheid daarvan kan eerder kleinschalig genoemd worden. Dat is evenzeer van toepassing voor het stedelijk initiatief Barreiro, met privé uitvoerder, tussen de Oude Mansstraat en de Lange Schipperskapelstraat (Schipperskwartier). Het is vooral het concept dat hier opvalt: het bestaat uit zogenaamde bouwblokken – er wordt m.a.w. casco opgeleverd – die heel betaalbaar zouden moeten zijn en zich situeren rond een gemeenschappelijke binnentuin.

Lexicon