Blijven zonnepanelen een goed idee ?

Blijven zonnepanelen een goed idee ?

Geschreven door Geert Degrande op 28 augustus 2020

Dankzij subsidies van de overheid waren zonnepanelen jarenlang een interessante optie voor wie daarvoor voldoende plaats Blijven zonnepanelen een goed idee ?op zijn dak had. Nadat de overheidssteun grotendeels was afgeschaft, rees wel eens de vraag of het sop de kool nog waard is. Vanaf 2021 wil Vlaams minister Demir echter opnieuw subsidies toekennen. Eén en ander maakt dat de vraag rond het nut van zonnepanelen voor sommigen een onontwarbaar kluwen is. Maar er blijven zeker voldoende argumenten om een investering in zonnepanelen te verantwoorden.  We zetten een aantal zaken even op een rijtje op een rijtje.

Puzzelwerk

Over de zonnepanelen en de vaak veranderende regelgeving errond is al heel wat inkt gevloeid. Het is niet altijd gemakkelijk om door de bomen het bos te zien. Maar er zijn nog altijd heel goede redenen om in zonnepanelen te investeren. Er gaat wat puzzelwerk mee gepaard, maar de zogenaamde terugdraaiende teller, de groene lening bij de bank en de e-peil premie betekenen voor wie zonnepanelen installeert uiteindelijk pure winst. En vanaf volgend jaar stelt de Vlaamse regering bovendien opnieuw subsidiegeld ter beschikking.

Meer stroom voor minder geld 

Wij zien een klavertjevier van goede redenen voor een investering in zonnepanelen. In de eerste plaats is de prijs ervan de jongste tien jaar met meer dan 65% gedaald. Voor gemiddeld 5.500 euro kunnen bouwheren tegenwoordig een rendabele photovoltaïsche installatie plaatsen. Bovendien staat de technologie nu ook echt op punt, waardoor de zonnepanelen beter werken dan tien jaar geleden. Ze leveren met andere woorden meer stroom op voor minder geld. Het is niet voor niets dat ook bedrijven tegenwoordig volop investeren in zonnepanelen. Ze doen dat zoals de West-Vlaamse CRM Group, die de grote voortrekker is van de beweging CEO’s4Climate, om hun ecologische voetafdruk te verminderen, maar ook om kosten te besparen. De gratis zon levert op die manier immers elektriciteit die anders behoorlijk wat geld kost. 

Goed voor het klimaat

Door het coronavirus lijkt het alsof het klimaatprobleem van de baan is, maar dat is allerminst het geval. Nog tijdens de lockdown kregen we al berichten over waterschaarste in eigen land, terwijl de nooit geziene hitte in Siberië en de overstromingen in bepaalde delen van India de klimatologen van over heel de wereld alarm doen slaan. Jongeren konden tijdens corona moeilijk spijbelen voor het klimaat aangezien de scholen sowieso gesloten waren, maar het klimaatprobleem blijft zeer urgent. Door zonnepanelen te installeren halen consumenten energie uit een onuitputtelijke bron. In tegenstelling tot fossiele brandstoffen zoals olie zal de zon immers nooit “op” geraken. Met een bijkomende investering in een thuisbatterij, die ervoor zorgt dat er geen stroomstoringen optreden, kunnen consumenten die in zonnepanelen investeren hun eigen energie opwekken en op die manier een minieme maar niettemin substantiële bijdrage leveren in de strijd tegen de uitputting van de fossiele brandstoffen én tegen de opwarming van de aarde. 

Een gunstig E-peil


In alle gesprekken met makelaars komt het tegenwoordig aan bod: het E-peil, dat aangeeft hoe energiezuinig een woning is, wordt met de dag meer een bepalende factor voor de prijs van een woning. Hoe lager het E-peil, hoe energiezuiniger de woning en hoe meer ze waard is. Welnu, zonnepanelen verlagen het E-peil aanzienlijk. In 2020 moeten nieuwbouwwoningen een E-peil halen van maximum E35, in 2021 is dat nog E30. Het E-peil is niet alleen een door de overheid opgelegde verplichting, het scheelt ook een slok op een borrel in de portemonnee, want niet alleen zorgt het voor een lagere energiefactuur, het levert ook een premie op van de netbeheerder en een korting op de onroerende voorheffing. En uiteraard zal het lagere E-peil, dat mensen dus kunnen bereiken door zonnepanelen te plaatsen, er zoals al gezegd voor zorgen dat voor een te koop aangeboden woning een hogere prijs kan worden gevraagd. 

 2020 is een kanteljaar  

Een vierde reden die het interessant maakt om dit of volgend jaar zonnepanelen te plaatsen is dat consumenten dit jaar nog de keuze hebben tussen een digitale meter of een terugdraaiende teller. Wat bedoelen we daarmee ?  Zonnepaneeleigenaren hebben tot nu toe steeds genoten van de terugdraaiende teller: de energiemeter draait terug wanneer de eigenaar het teveel aan energie dat de zonnepanelen produceren afgeeft aan het net. Daardoor betaalt hij enkel voor de nettoafname. Omdat de teller terugdraait, is het echter onmogelijk om te berekenen hoe vaak ze het net echt gebruiken. Wat ze afgeven en opnemen wordt immers niet apart gemeten. Om het toch eerlijk te houden en íedereen te laten betalen voor het gebruik van het net, moeten zonnepaneeleigenaars een forfaitaire vergoeding betalen. Die vergoeding noemen we het prosumententarief en bedraagt, afhankelijk van de regio, zo’n 350 euro, een bedrag dat normaal gezien flink wat lager ligt dan de gerealiseerde winst. Maar van dat systeem van de terugdraaiende teller kunnen zonnepaneleneigenaars niet lang meer genieten. Vanaf 1 januari 2021 moet iedereen die zonnepanelen installeert immers verplicht gebruik maken van de digitale meter. Die meter draait niet terug, maar meet heel precies hoeveel consumenten van het net halen en hoeveel ze er weer opzetten. Daardoor weet de netbeheerder perfect wanneer ze het net gebruiken  en zal die het prosumententarief niet meer aanrekenen. Zonnepaneleneigenaars zullen dan wel voor de brutoafname in plaats van voor de nettoafname moeten betalen. En dat betekent voor veel mensen een financiële domper. Alleen voor wie zo veel mogelijk energie onmiddellijk gebruikt, dankzij bijvoorbeeld slimme huishoudapparaten of een thuisbatterij, zal het systeem met de digitale meter voordeliger zijn dan het systeem met de terugdraaiende teller. Het goede nieuws is dus dat wie in 2020 nog zonnepanelen installeert, nog altijd kan opteren voor de terugdraaiende teller die in de meeste gevallen voordeliger is dan de digitale meter.

Opnieuw subsidies

Let echter op ! Precies omdat die digitale meter ervoor zou kunnen zorgen dat de rendabiliteit van zonnepanelen enigszins in het gedrang komt, kent de Vlaamse regering vanaf 2021 opnieuw subsidies toe aan wie zonnepanelen installeert. Daarvoor heeft Vlaams energieminister Demir 32 miljoen euro uitgetrokken. Elke particulier die na 1 januari 2021 zonnepanelen plaatst, kan tot 1.500 euro subsidie ontvangen, of 300 euro per kilowattpiek. Voor een installatie van vier kilowattpiek, die 4.500 tot 6.000 euro kost, betekent dit dat men 1.200 euro subsidie kan krijgen. Met andere woorden, er zal rekenwerk aan te pas komen om te weten of u eerder moet opteren voor een installatie met terugdraaiende teller of voor een installatie met digitale meter, waarvoor u subsidie kunt krijgen. Verschillende instanties kunnen helpen bij de berekening van wat het voordeligst is. Maar in beide gevallen blijft de conclusie dezelfde: investeren in zonnepanelen is rendabel op vele vlakken. Niet alleen omdat je serieuze winst maakt op je energiefactuur, maar ook omdat je op die manier een flink steentje bijdraagt tot een beter milieu. Ook rond het gebruik van zonnepanelen heeft de oude bekende uitspraak van Bond Zonder Naam-boegbeeld Phil Bosmans – “Verbeter de wereld begin bij jezelf” – dus niets aan actualiteitswaarde ingeboet.