Erfrecht in België

Erfrecht in België

Geschreven door Renaud Chaudoir op 13 mei 2019

Wie krijgt de gezinswoning na mijn overlijden?

Voor veel Belgen is een eigen woning essentieel voor een gelukkig leven. Uiteraard biedt het heel wat zekerheid om te weten dat je niet afhankelijk bent van een verhuurder voor een dak boven je hoofd. Maar wat als je plots zou overlijden? Wie krijgt dan het genot over de gezinswoning? Je partner? Of je kinderen? En maakt het uit of je getrouwd bent, wettelijk samenwoont of enkel feitelijk samenwoont? We zetten een aantal regels uit het Belgische erfrecht op een rijtje.

Erfrecht in België

Wat verstaan we onder een ‘gezinswoning’?

Een gezinswoning is de woning waar jij en je partner gezamenlijk wonen. Dat betekent dat jullie er een gemeenschappelijke domicilie hebben. De inschrijving in het bevolkingsregister geldt hiervoor als bewijs. Is die er niet, dan kun je bijvoorbeeld met verzekeringen of facturen aantonen dat jullie samen in hetzelfde huis of appartement wonen.

Let wel: je kunt maar één gezinswoning hebben. Als je nog een ander vastgoed bezit, bijvoorbeeld een tweede verblijf of een appartement dat je verhuurt, dan gelden daarvoor niet dezelfde regels als voor een gezinswoning. Zo zullen je erfgenamen voor een tweede woning altijd successierechten moeten betalen. Maar daarover later meer.

Beste bescherming voor gehuwden en wettelijk samenwonenden

Als je met je partner gehuwd bent, dan erft de langstlevende echtgenoot in principe het vruchtgebruik over de hele nalatenschap – en dus ook de gezinswoning. Wel is het mogelijk om in het huwelijkscontract een clausule op te nemen waarbij het erfrecht van de langstlevende beperkt blijft tot het vruchtgebruik van de woning. Dat kan interessant zijn om bijvoorbeeld kinderen uit een eerder huwelijk te begunstigen.

Ook als je wettelijk samenwoont, erft de langstlevende partner bij een overlijden het vruchtgebruik over de gezinswoning. Let wel: de ‘blote eigendom’ gaat in principe naar de kinderen en wordt belast met een erfbelasting. Toch is ook de langstlevende partner in dat geval optimaal beschermd en kan hij of zij niet uit de woning gezet worden door de kinderen van de overledene.

Feitelijk samenwonenden: testament biedt uitkomst

Ben je niet gehuwd en woon je ook niet wettelijk samen? Dan kun je een testament opstellen om je partner te beschermen. In zo’n testament kun je het levenslange of tijdelijke vruchtgebruik over de gezinswoning aan je partner nalaten. Sta je via het testament enkel een tijdelijk of levenslang woonrecht toe, dan komen bij een verkoop de verkoopgelden integraal aan je kinderen toe.

Andere opties zijn:

  • Een beding van aanwas (of tontine-clausule), een contract tussen je partner en jou waarin je bepaalt dat het gezamenlijke bezit naar de langstlevende zal overgaan.
  • Een huurcontract (van bepaalde of onbepaalde duur) dat ingaat op het moment van je overlijden.
  • Een aankoopoptie, waarbij je je partner de mogelijkheid biedt om na je overlijden de gezinswoning in vruchtgebruik of in volle eigendom aan te kopen. De prijs kun je op voorhand al bepalen.

Erfrecht in België: nieuwe regels sinds 2018

Sinds begin vorig jaar betaalt de langstlevende partner in België geen successierechten meer op de gezinswoning. Let wel: in Vlaanderen en Brussel is er geen minimale duur bepaald opdat er sprake zou zijn van een gezinswoning. In Wallonië is dat wel het geval: de overledene moet de woning op zijn sterfdag minstens vijf jaar als hoofdverblijfplaats gebruikt hebben.

Zowel gehuwde partners als wettelijke samenwonenden genieten deze vrijstelling. Voor feitelijk samenwonenden in Brussel en Wallonië is dat niet het geval. In Vlaanderen moet je minstens drie jaar onafgebroken samengewoond hebben met je partner en moet je een gemeenschappelijke huishouding gevoerd hebben. Ook dat kun je bewijzen aan de hand van facturen, verzekeringen, etc.

Lexicon