Landelijk wonen: heerlijk genieten of volledig passé?

Landelijk wonen

Geschreven door Renaud Chaudoir op 1 februari 2019

Heerlijk genieten of volledig passé?

Het is lang dé grote droom van heel wat Belgen geweest: een eigen vrijstaand huis, omgeven door groen. Vandaag rijst de vraag of die vorm van landelijk wonen nog wel een toekomst heeft. ‘Verdichting’ is tegenwoordig het devies. Maar betekent dat écht dat we allemaal als konijnen in hokken bij elkaar moeten gaan wonen? Of blijven meer comfortabele woonvormen ook in de toekomst nog mogelijk?

Landelijk wonen: heerlijk genieten of volledig passé?

De aantrekkingskracht van landelijk wonen

Het is geen groot mysterie waarom zoveel mensen het liefst landelijk willen wonen. Een groene omgeving maakt je namelijk gelukkiger en gezonder, dat hebben studies in het verleden al meermaals aangetoond. In een landelijke omgeving kom je tot rust en geniet je van schonere lucht. Bovendien kan de natuur er gewoonweg prachtig uitzien. Het is dan ook geen wonder dat vastgoed in een groene omgeving gemiddeld twintig procent meer waard is dan elders.

De typische rustieke stijl verdwijnt

Wie denkt aan landelijk wonen, denkt waarschijnlijk meteen aan een gerestaureerde hoeve of pastorijwoning in een typische rustieke stijl. Zachte kleuren, retromaterialen, oude meubelen, … heel wat mensen zijn er gek op (terwijl anderen er misschien van gruwen). Feit is wel dat het niet zo eenvoudig (en goedkoop) is om een oude landelijke woning helemaal op te knappen en aan te passen aan de huidige energienormen. Sinds de betonstop – voilà, het woord is eruit – duiken er op het platteland dan ook steeds meer appartementsgebouwen op en verdwijnt de typische landelijke woning met zijn rustieke stijl stilaan naar de achtergrond.

Compacter wonen, ook op het platteland

Hoewel de betonstop formeel geen bouwstop is, betekent het wel dat er in Vlaanderen vanaf 2040 geen open ruimte meer zal aangesneden worden voor nieuwbouw. Er zal dus almaar meer in de hoogte gebouwd worden, op kleinere stukken grond. Een uitstekende zaak, vindt de Vlaamse Bouwmeester Leo Van Broeck, een notoir tegenstander van verspreid wonen. “Onze dorpen zijn als een Franse kaas die je in de zon legt”, verklaarde hij aan De Morgen. “Ze dijen altijd maar uit en dat maakt Vlaanderen kapot. We wonen zo verspreid dat we fortuinen moeten uitgeven aan wegen, riolering, en infrastructuur. Daarnaast breken we filerecords en kampen we met fijnstof en een hoge CO2-uitstoot. Als we niet ingrijpen kunnen we onze klimaatdoelstellingen nooit halen.”

Dorpskern wordt ministadje

Het klopt inderdaad dat vrijstaande landelijke woningen met tuin – simpelweg crimineel, volgens Van Broeck – met een hoge prijs komen. De bewoners van zulke huizen moeten voor het minste de wagen nemen en staan dagelijks urenlang in de file. Woonwijken vormen een immens lappendeken zonder winkels, scholen en ziekenhuizen in de buurt. Die situatie wil de Vlaamse overheid met de betonstop dan ook een halt toeroepen. In tal van dorpskernen moeten gebouwen met meerdere woonlagen komen, samen met winkels en andere voorzieningen. Op die manier kunnen dorpen van een zekere kritische massa uitgroeien tot heuse ministadjes, aldus de Bouwmeester.

Naar een doordachter woonbeleid

Toch is appartementisering van het platteland zonder enige visie en richtlijnen geen goed idee. Veel van de appartementsblokken die momenteel oprijzen zijn dan ook ondermaats, zo waarschuwt de Bouwmeester. Het is uiteraard niet de bedoeling dat authentieke dorpskernen hun eigenheid volledig verliezen en dat er enkel nog banale slaap- en woondorpen overblijven. Ook het kabinet van de minister van Omgeving begrijpt de bezorgdheid: “Dichter bij elkaar en meer in de hoogte gaan wonen hoeft zeker niet alleen meer appartementen te betekenen. Ook in andere types gebouwen, zoals een oude pastorij, een vierkantshoeve of een schoolgebouw kunnen meerdere gezinnen samenwonen.”

Lexicon