Duurzame stadsvernieuwing

Prominente rol

Geschreven door Geert Degrande op 7 december 2020

voor duurzaamheid in stadsvernieuwing

De coronacrisis doet op veel vlakken vragen rijzen en zorgt voor grote onzekerheid rond wat daar uiteindelijk allemaal de gevolgen van zullen zijn. Het besef groeit dat de pandemie ook voor wonen en werken een kantelpunt kan betekenen. En dat zal onvermijdelijk impact hebben op stadsvernieuwing en dus ook op de vastgoedsector.Duurzame stadsvernieuwing

Het decor van de toekomst

In nogal wat steden waren beleidsmakers, urbanisten en stadsplanners al voor de uitbraak van de pandemie volop bezig met het uittekenen van plannen voor de stad van de toekomst. Het is niet onlogisch dat duurzaamheid daar een belangrijke plaats in inneemt. Kunnen steden in de toekomst zodanig van uitzicht veranderen dat het beeld dat we zagen tijdens de lockdown – zonder autoverkeer en zelfs met straten waarin het plezant is om in de eigen buurt een echt vakantiegevoel te creëren -  het “nieuwe normaal” wordt ? Niemand die het met zekerheid kan voorspellen. Nochtans heeft de mens zich altijd al graag het stedelijk decor van de toekomst voorgesteld. LCD-schermen in elke hoek, vliegende auto's, alomtegenwoordig glas, het zijn maar enkele zaken die we in toekomstscenario’s voor onze steden hebben gezien. Wat zal daarvan doorbreken? En nog belangrijker: waarop liggen echt de accenten in de stadsplanning voor de 21ste eeuw?

Duurzame ontwikkeling  

Voor zover dat nog nodig was heeft de pandemie nog eens duidelijk gemaakt dat in veel wijken van steden van vandaag, het sociale contact waar we zo’n grote nood aan hebben, er niet makkelijker op wordt. En tegelijk bleek bij de hoge temperaturen dat al de verharding in onze steden, ook de leefbaarheid bemoeilijkt. Om het comfort en de gezondheid van de stadsbewoners te garanderen, ligt dan ook behoorlijk wat werk op de plank. Maar er zijn ook mogelijkheden om wonen, werken, winkelen dichter bij elkaar te brengen, en om efficiënt openbaar vervoer uit te bouwen. Op die manier kunnen steden alvast een ander gezicht krijgen. 

Genève en Rotterdam zetten in op groen

Sommige steden zijn op dat vlak al goed bezig. Genève bijvoorbeeld, dat in een aantal recente studies is genoemd als een van de beste steden om te wonen voor “digitale nomaden”, zet fors in op vernieuwing die volop rekening houdt met de klimaatuitdagingen. Met de vernieuwing van de industriewijk La Praille gaat het stadsbestuur er de uitdaging aan om “de stad van de 21ste eeuw te maken”, die volop antwoorden biedt op de opwarming van de aarde. Royaal bemeten publieke ruimte, veel groen, parken en water staan daarbij centraal. De voetganger en de fietser krijgen voorrang op de auto, en door het uitgraven van de gedempte waterlopen zullen de rivieren de Drize en de Aire opnieuw door de stad stromen. De ontsluiting van die rivieren kadert in Genève in een echt stedenbouwkundig project dat niet alleen prettig is voor de bewoners, maar ook voor een beter leefmilieu zorgt. Door de auto zoveel mogelijk uit de stad te bannen zal de luchtkwaliteit aanzienlijk verbeteren. De hele heraanleg van de wijk betekent ook dat een aantal ondernemingen er niet langer hun kantoren zullen kunnen hebben, maar het stadsbestuur werkt met die ondernemingen samen om de beste oplossingen voor hen te vinden. Genève wil net als Zürich en Kopenhagen het goede voorbeeld geven  op het vlak van stadsvernieuwing met toekomstvisie. Langetermijndenken is daarbij belangrijk. Kopenhagen legt bijvoorbeeld een metrolijn aan naar nog te ontwikkelen wijken. Dat is een toekomstgerichte aanpak die blijk geeft van een duidelijke visie op duurzame ontwikkeling. Geen wonder dat 65% van de verplaatsingen in de Deense hoofdstad per fiets gebeuren. De langetermijnvisie die nodig is om stadsvernieuwing grondig en degelijk aan te pakken is ook in Genève manifest aanwezig. Dat blijkt ook uit de aanleg van zeer grote groenzones.  Ook Rotterdam kondigde recent een investering aan van 233 miljoen euro in zeven grote stedelijke projecten, die allemaal bijdragen aan een groenere, gezondere en klimaatadaptieve stad. Eén van de opvallende projecten daar is het “Hofbogenpark”, op het dak van het verlaten spoorwegviaduct van de Hofbogen. Met een lengte van twee kilometer wordt het park het langste natuur-inclusieve en toegankelijke openbare dak van Nederland. Een nieuw icoon voor de stad, dat niet alleen de verschillende wijken met elkaar verbindt, maar ook bijdraagt aan een oplossing voor de klimaatverandering met een slim en cirkelvormig watersysteem.

…en Gent blijft niet achter

Inzetten op groen, duurzaamheid en mobiliteit met zo weinig mogelijk auto’s, kan in het stadscentrum, maar ook in de onmiddellijke nabijheid ervan. Zo zal in het Gentse Sint-Amandsberg binnenkort tussen de Potuit en de Heiveldstraat een gloednieuw woonproject verrijzen met 32 nieuwe luxe-appartementen. Het project kreeg de naam Oak Park en heeft de ambitie om een inspirerende voorbeeldrol te vervullen in het “nieuwe wonen” en in een nieuwe kijk op vastgoed. Zo wordt maar liefst vier vijfde van het bestaande groen op de site behouden, trekt het project voluit de kaart van duurzaamheid, wordt de auto zoveel mogelijk geweerd én komt er zelfs een zogenoemde ‘Woodland Garden’. Dat blijkt althans uit de eerste ambitieuze plannen die projectontwikkelaar Antonissen Development Group vorige week voorstelde. De Antwerpse ontwikkelaar wil er 32 parkappartementen met 38 ondergrondse parkeerplaatsen en 121 fietsenstallingen. De nieuwe appartementen zullen volledig volgens de BEN-principes worden opgetrokken. De units worden verdeeld over twee kleinschalige bouwvolumes met telkens 16 appartementen, waaronder compacte één-, twee- en drieslaapkamerappartementen. Op het gelijkvloers is elk appartement voorzien van een privétuin en vanaf de eerste verdieping heeft elke unit op zijn beurt een terras met zicht op het park. En opvallend: er wordt ook een volledig afgewerkte polyvalente ruimte van 119m² voorzien die door alle bewoners kan gebruikt worden. Van het volledige terrein – dat in totaal 8.120 vierkante meter groot is – wordt ruim vier vijfde van het groen behouden. Een groot deel van het bestaande groen blijft dus onaangeroerd en ook de eik, centraal in het park, wijkt niet. Meer nog, het park wordt uitgebreid met een wadi. Dat is een verlaagde zone die overtollig regenwater opvangt en zorgt voor een optimale infiltratie ervan. Daarnaast krijgt Oak Park er ook een publieke ‘Woodland Garden’ bij, een wilde tuin waarin de sfeer van een bos wordt nagebootst met inheemse en uitheemse bomen en planten, gaande van jonge wilgenbosjes tot hoogstambomen. Bewoners zullen maximaal van de omliggende rust en natuur kunnen genieten en bovendien prat kunnen gaan op een mobiscore van 9,1 op 10. Met andere woorden, het stadscentrum van Gent is makkelijk te voet en per fiets bereikbaar. Als alles goed gaat zullen de eerste bewoners van Oak Park er hun intrek kunnen nemen in augustus 2023.

Nieuwe inzichten krijgen steeds meer vorm

Oak Park is overigens niet het enige vernieuwende project in Gent, dat aangeeft dat projectontwikkelaars wel degelijk begrepen hebben hoe belangrijk groen zal zijn voor de stad van de toekomst. Ook in andere steden maakt het vroegere denken over hoe steden er moeten uitzien en over de criteria waaraan ze voor hun bewoners moeten beantwoorden langzaam maar zeker plaats voor innovatieve en toekomstgerichte ideeën. En daar kan de vastgoedsector alleen maar wel bij varen, want de inspirerende voorbeelden kunnen ook helpen om verouderde stadsdelen aan te pakken en om bij renovaties ook volop aandacht te schenken aan groen en aan extra mogelijkheden voor sociaal contact.